Kriebelbeestjes in de zomer

De trolley is veranderd in een echt tuintje, waar heel veel kriebelbeestjes verstopt zitten.

De rupsjes eten van de blaadjes, de vlinders fladderen rond de struiken, de bijen halen nectar uit de bloemen, de spinnen hebben webjes gemaakt en de lieveheersbeestjes kruipen over de buxus. De mieren zijn hard aan het werk in de mierenhoop en de pissebedden zijn verstopt onder het hout.

 

We vertellen en spelen het boek: ‘Het luie lieveheersbeestje’ na met de verteltafel.

Vanuit de marktkraam verkopen we ijsjes, het is tenslotte zomer en na de kriebelbeestjes spelletjes rusten we even uit met een ijsje.

Wanneer het mooi weer is, gaan we buiten in het tuintje op het speelplein op zoek naar lieveheersbeestjes, vlinders, mieren, spinnen en wormen, maar we spelen ook in de zandbak en met de watertafels.

 

We lezen de boeken:

‘Kriebelbeestjes’ van Petr Horácek

‘Woezel en Pip: Klein maar fijn’ van Guusje Nederhorst

‘Het luie lieveheersbeestje’ van Isobel Finn en Jack Tickle

‘Rupsje nooitgenoeg’ van Eric Carle

‘Vlinder, vlinder’ van Petr Horácek

‘Moet je horen, papa’ van Moira Butterfield en Mike Spoor 

‘Voor altijd samen’ van Petr Horácek

‘Kom nou Bommes’ van Jane Simmons

‘De krekel die niet tsjirpen kon’ van Eric Carle

‘Dikkie Dik en de spin’ van Jet Boeke

 

We zingen de liedjes uit ons liedjesboek:

Ga weg, dikke vlieg, dikke bromvlieg                                                                                     Je plaagt me en je kriebelt zo                                        

Ik wil je niet, je wiebelt zo                                                        

Ga weg jij van mijn neus, (oor, hand, knie, arm, been) . . . .                                                     Dikke neus, ga weg jij van mijn neus                                          

 

Op de melodie van: ‘Op een grote paddenstoel’      

Lievelieveheersbeestje  

rood met zwarte stippen

zat eens op een olifant 

heen en weer te wippen 

‘hatsjie’ zei de olifant

met een grote zucht   

en het lieveheersbeestje                                                                                                 vloog toen door de lucht!                  

                                             

Hansje Pansje kevertje blz. 5                                                  
Twee spinnetjes, Een spin wiedewin blz. 6                       

Vlindertje, vlindertje blz. 11                                                     

Klein konijntje Peter blz. 12

Rupsje at blz. 17

 

Thuis kunt u ook aan de slag met dit thema samen met uw peuter: in de tuin of in het park op zoek gaan naar kriebelbeestjes. Gebruik hierbij de woorden: achter, voor, omhoog, omlaag, naast, tussen, onder en bovenop.

Vertel uw peuter dat spinnen lieve kriebelbeestjes zijn die vliegjes en muggen vangen en dat zij heel knap zijn om zo’n mooi web te maken. U kunt bij de bibliotheek boekjes halen over dit onderwerp. Je kunt met peuters over van alles praten bij een boek. Je kunt samen kijken naar de tekeningen en zeggen wat er allemaal te zien is, maar je kunt ook vragen wat de peuter zelf allemaal ziet. Kinderen leren er veel van als je samen met hen over allerlei gebeurtenissen nadenkt en praat die in het boek plaatsvinden. Stel aan de kinderen ja/nee vragen, maar vooral ook open vragen. Een voorbeeld van een open vraag, die niet met ja of nee beantwoord kan worden, is: “Wat zou jij doen als...?” of “Wat denk jij dat ze nu gaan doen?”