Een dag op de peuterspeelzaal 

De peuterspeelzaal heeft 2 lokalen. Klas 1 en 2 zijn beide 9 dagdelen open. Kinderen vanaf 2 jaar komen 2 keer per week met een kinderaantal tot maximaal 16 kinderen.
Op alle dagdelen zijn er 2 leidsters aanwezig en soms nog een stagiaire.

De peuterspeelzaal zien we niet als een verplichting. Het kind moet het wel echt leuk vinden. Het is echter wel een heel goede manier om een kind voor te bereiden op de basisschool. Natuurlijk hebben de kleintjes die voor het eerst komen het wel eens moeilijk. Het afscheid nemen is vaak het verdrietigst. De leidsters zijn dan heel intensief bezig het kind de leuke kanten te laten zien. Wanneer de ouders uit het zicht zijn, beginnen de kinderen meestal vanzelf te spelen. Meestal lukt het op deze manier het kind te laten wennen aan de peuterspeelzaal, U moet echter wel rekening houden met een gewenningsperiode van 4 tot 8 dagdelen als een kind net op de peuterspeelzaal komt.

De kinderen beginnen en eindigen altijd in het eigen lokaal. De grote vrije speelruimte wordt om de beurt door de beide groepen gebruikt. De ene week gaat bijv. lokaal 1 van 09.00 uur tot 10.00 uur naar de grote speelruimte, en lokaal 2 gebruikt de grote speelruimte dan van 10.00 tot 11.00 uur. De daarop volgende week wordt het gebruik van de speelruimte omgedraaid.
In het lokaal mogen de kinderen vrij spelen. Toch proberen wij ze ook te stimuleren om dingen te doen waar ze zelf minder interesse in hebben. Op de peuterleeftijd zijn de kinderen meestal nogal egocentrisch ingesteld. Naarmate ze langer op de peuterspeelzaal verblijven, zie je dat ook langzaam wegvloeien, ze maken al echt vriendjes, gaan steeds meer in groepjes spelen en ze leren met elkaar te delen.

Om 10.00 uur (of 09.30 uur, afhankelijk van het tijdstip waarop we niet in de grote speelruimte zijn) gaan we met zijn allen in de kring zitten om gezamenlijk limonade te drinken en fruit te eten. Wij lezen dan een verhaaltje voor of maken een kringgespek over het thema waarmee we werken. Daarna doen we aan handvaardigheden, zodat de kinderen hun expressie kunnen uiten. Ze leren wat je zoal met de verschillende materialen kunt doen. Ze ontdekken via andere kinderen weer andere mogelijkheden. De kinderen leren hier ontzettend veel van en het is goed voor de fijne motoriek.
Als het weer goed is gaan we ook regelmatig naar buiten.
Ze kunnen daar met het buitenmateriaal spelen en in de zandbak. Bij warm weer gebruiken we de watertafels, wat de kinderen vaak heerlijk vinden. Wanneer de zonkracht hoog is, gaan wij er vanuit, dat de peuters zijn ingesmeerd met zonnebrandcrème door de ouders/verzorgers.

Om 11.00 uur proberen we de kinderen te stimuleren om hun speelgoed op te ruimen. Na het opruimen gaan we liedjes zingen, muziek maken, een kringspelletje doen of een verhaaltje voorlezen. Om 11.15 uur gaat de deur open voor de ouders/verzorgers.

Weekhulp:

De oudste peuters mogen allemaal een keer de leidster een hele week assisteren. De leidster bespreekt tijdens het kringgesprek wie er die week aan de beurt is. De peuter mag dan het puk kaartje voorzien van zijn/haar foto en zijn/haar naam omdraaien aan het haakje bij het binnen komen van het lokaal. Er hangen 4 haakjes waaraan ook de kaartjes van de 2 leidsters en eventueel stagiaire hangen!

Wat mag een weekhulp allemaal doen:
Naast de leidster zitten, Puk helpen, de peuters tellen, het fruit uitdelen, een tafel schoonmaken, vegen en als eerste naar het speelkasteel. Zo zijn er nog vele kleine klusjes te doen. Het is beslist niet verplicht, maar na de eerste weken was het voor de leidsters en peuters al  zo’n geweldige ervaring! Tot onze grote verbazing waren de peuters hoe jong ze ook zijn, zo enthousiast, dat bij velen het nieuwtje direct trots mee naar huis ging.
In het weekend tegen papa en mama vertellen dat ze de weekhulp waren of juist vragen wanneer zij aan de beurt zijn.Hoe een peuter hierdoor kan veranderen, trots en blij kan zijn en soms voor het eerst heel veel gaat vertellen.
Met ingang van het nieuwe speelzaaljaar september is ook lokaal 2 met “De weekhulp” gestart.